Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
gloeide nog feller dan anders na de wildste spelen; en het zevenjarige
meisje, dat had zitten breijen, had haar kousje met zulke heete tra-
nen doorweekt, dat het wel te droogen mögt gehangen worden. Ter-
wijl haar achtjarig zusje moeders ongeduld ten top had gevoerd door
een zoom, die op alle mogelijke breedte en smalte verliep, brak een
vijfjarige krullebol al de legkaarten van de grootere kinderen kort en
klein en wierp de stukken uit verveling in het rond. »En er was waar-
lijk niet aan te doen----" verklaarde de kindermeid in gemoede.
Nadat de moeder de orde op de kinderkamer zoowat hersteld had,
trad zij het huisvertrek weêr binnen, en vond haar echtgenoot, ge-
heel tegen zijn gewoonte, mijmerend in het vuur kijkende en wel met
een heel ernstig gezigt.
»Scheelt er iets aan?" was hare deelnemende vraag.
»Och neen," was het antwoord, »maar ik dacht over onze kin-
deren. Hoeveel boekjes zou die kleine Karei nu al verslonden heb-
ben? Dat ventje heeft reeds de romankoorts. Ik heb berouw dat ik
den raad van dien braven onderwijzer heb in den wind geslagen, die
mij afwees, toen ik hem den jongen op zijn vierde jaar aanbood. —
Ik was trotsch op het kind en zeide: »hij is zeer ontwikkeld! gij zult
er wat van kunnen maken!" — Toen antwoordde de onderwijzer: »des
te minder heeft hij met de school te doen. — De school is niet ingerigt
voor kinderen beneden de zeven of acht jaar — zulke kleinen zijn er
misplaatst — de schoolkost is geen leerstof voor dit jonge goedje ;
kleine kinderen moeten nog zooveel van de di ngen Ie er e neer zij
rijp zijn voor de boeken." — De man die zoo sprak beviel me juist
en ik zeide: »Welnu, onderwijs hem op uwe manier." — »Daarvoor
deugt onze gewone lagere school niet," hernam hij, »tenzij ik voor
zulke kleinen een paar vertrekken en een meester, nog liever eene
meesteres, kon afzonderen; maar dat laat mijne school niet toe —
ik mag uw kind nog niet aannemen."
»Wat was ik kwaad op dien man , en wat was ik trotsch, dat mijn
kind bij een ander ondenvijzer in minder dan een jaar tijds goed
lezen had geleerd! — En nu wenschte ik, dat ik hem die letters kon