Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
want als gij , volwassenen , het Averk u niet proefondervindelijk eigen
maakt, kunt gij een kleinen papierwerken* niet op weg helpen als het
hem soms wat zwaar valt.
Uit het lange , smalle papier zijn ook eenige prettige dingen te ma-
ken , zooals bijvoorbeeld: de kla])i)er. — Eerst worden al de hoeken
omgevouwen hg. 3 PI. VII, daarna het blad toegeslagen, fig. 4,
en dit weder digtgeslagen, fig. 5. — Nu liggen er twee hokjes op
elkander. Zij worden beurtelings opengehaald en plat gelegd als bij
flg. 6 en nog eens toegevouwen tot fig. 7. — Bij het ondereind ge-
vat moet de slag met dit instrument een harden klap geven — waarbij
de beide hokjes van den klapper openvliegen.
De klapper maakt men van een groot vel papier, doch van kleine
stukjes kan men ook iets aardigs maken. Wanneer men de vouwen
flg. 8, 9 en 10 legt, kan men een pijpendop, fig. 11 maken; door
de zijhoeken van fig. 10 weg te stoppen in de opstaande kanten van
dit kleine bisschopsmutsje. — Fig. 12 geeft het garenklosje fig. 13.
Zeer aardig is nog de vouw van het speldendoosje, fig. 1 en 2 die
eigenlijk dezelfde is als die van den molen of de tafel alleen, met dit
verschil, dat wij het papier nu niet in vieren, maar in drieën ver-
deelen, de vier punten worden over elkander op het midden nerkant
geslagen en onder elkander vast gestoken.
W^ij besluiten met het model van een lief beursje. Fig. 21 vertoont
het toegesloten en fig. 22 geeft het opengevouw^en. Hier alleen dient
de schaar te hulp te komen om de punten uit te knippen.
Nieuwe reeksen van vouwsels ontstaan door het aannemen van een
anderen grondvouw — kies bij voorbeeld den gelijkzijdigen driehoek
of een regelniatigen zes- of achthoek tot grondvouw, pas daarop toe
de wijze van doen, die wij u voor het vierkant aan de hand gaven
en gij zult de fraaiste vormen zien geboren worden.
Door bij voorbeeld het dubbele vierkant PI. I fig. 14 tot uitgangs-
punt te nemen en de vier hoeken naar het gesloten ondervlak om te
buigen , verkiijgt gij een fraaijen achthoek. Neemt dezen tot grondvorm
en werkt nu alleen met de losliggende puntjes, die oj) het midden-