Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
Laat het schum toegevouwen blad van fig. i l nog eens digt slaan,
zonder dat men het opheft, fig. 12 en wederom toegevouwen om fig.
13 te verkrijgen.
Vraagt: hoe zult gij het nu aanleggen om een vierkant te bekomen
waarvan het onderste vlak uit één stuk is en het bovenste in twee
driehoeken gesplitst is ? fig. 14.
Slaat men een hoek neder, fig. 15, dan kan men met grootere
kinderen bij deze vouw spreken over de trapezia. De kleine kinderen
oefenen zich in het vinden van fraaije vouwen als fig. 16 en 17 en
door die vouwen onderling te vergelijken.
Wij laten nog eenige zeer sierlijke vouwen volgen. Laat eerst de
kinüsvouw PI. I fig. 6 maken — en vouwt nu de schuin tegenover
elkander gelegen hoeken tot op de loodlijn — zoo als bij fig. 18
PI. II — daarna brengt men de ondei'ste hoekpunt op de waterpas-
lijn als bij fig. 19.
Welk is het verscliil tusschen deze twee vouwen ? — Legt nu vier
zulke vouwen als gij er eerst twee gemaakt hebt, fig. 20. De over-
schietende hoekjes op het midden , waar de lijnen zich snijden, kan
men op zeer onderscheiden wijzen plooijen ; men kan het tipje onder
of boven de vouw brengen. — Als ge fig. 20 digt slaat dan ontstaat
de gelijkzijdige driehoek van PI. IV fig. 1.
Wanneer Avij de vouw van fig. 20 PI. II ontplooijen dan vinden
wij eene teekening die alle lijnen van fig. 2 PI. IV heeft — wat moe-
ten wij doen om er al die lijnen in te vouwen?
Doch hebben wij schoone lijnen verkregen door de hoekpunten op
de loodlijn en waterpaslijn aan te vouwen , niet minder fraai is het
als wij de vouwen op den diagonaal aanbrengen. PI. IV fig. 3, 4 en 7.
Door deze vouw op al de zijden toe te passen , ontstaat fig. 5. Fig.
6 vertoont het opengeslagen blad. Om het couvert fig. 8 te krijgen,
moet men eerst fig. 7 maken. Om op de teekening fig. 6 de lijnen
fig. 10 te verkrijgen , moet men de vouw fig. 9 viermaal, dat is
van alle zijden herhalen — gelijk men het kleine ruitje in fig. 12 niet
bekomen kan dan door de vorige vouw, het opslaan van den tip fig.