Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Yei'klariiii»^ van de Platen.
PI. I, fig. 1. Het blad zoo als men het voor zich nemen moet.
Fig. 2. Het blad in zijn tweeden stand. Fig. 3. Het blad eerst in zijn
eersten stand teruggebragt, door een waterpaslijn gedeeld en dubbel
toegevouwen van onder naar boven. Fig. 4. Het blad eerst weder ont-
vouwd zijnde , door eene loodlijnige vouw gedeeld en toegeslagen van
de regter- naar de linkerzijde.
Men moet den kinderen gewennen het blad niet noodeloos om te
draaijen, maar het altijd regt voor zich te laten liggen bij het leggen
van de vouwen. Fig. 5 is het blad vier dubbel toegeslagen. Fig. 6
vertoont al de lijnen , die het blad nu doorsnijden , als men het ont-
vouwt. Fig. 7 vertoont de eerste schuine vouw of diagonaal. Fig. 8
de tweede diagonaal van de andere zijde genomen. Fig. 9 is de tee-
kening op het opengeslagen blad verkregen. Kan de leerling fig. 6
en fig. 9 goed zuiver vouwen, dan moeten die beide soorten van
lijnen vereenigd woi'den, gelijk fig. 10 afbeeldt, doch voor men de
schuine vouwen legt, moet men het blad keeren.
Fig. 11 vertoont de vouw, die gelegd wordt, nadat al de vouwen
van fig. 10 gemaakt zijn, zoodat door de vouwen van fig. 11, 12, 13
en 14 de teekening van fig. 15 ontstaat als men hel blad openslaat.
Het digtgevouwen blad van fig. 14 wordt nu omgekeerd, zoodat de
omgevouwen hoeken onder liggen en de gesloten zijde boven komt.
Het blad moet in den stand gesteld blijven door de plaat aangewezen
en niet omgedraaid worden. Ais de vouwen van fig. 16, 17,18 en 19
gelegd zijn , en men slaat het blad open , ziet men de teekening van
fig. 20, die nu viermaal de teekening van fig. 10 wedergeeft.