Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Twee stompe hoeken.
Zijn deze hoeken grooter of kleiner dan de regte hoeken ?
Alle hoeken die grooter zijn dan regte hoeken zijn stompe hoeken.
Waar is de ontbrekende regte hoek gebleven ? Heft dien op en zet
dat deel van uw blad overeind.
Welk deel is het van het geheele blad? Legt dien hoek weder plat
en ziet eens of onze loodlijnen nog even lang zijn? En de waterpas-
lijnen?
TIENDE OEFENING.
Fig. 12.
Wij hebben de vorige maal slechts één hoekpunt omgevouwen,
flg. i 1, wij zullen er nog een omvouwen en van boven aan de lin-
kerzijde. Fig. 12.
Hoeveel schuine lijnen hebben wij nu ?
Wij hadden de vorige maal een stompen hoek boven aan ons blad,
Avaar is die nu gebleven?
Hij is veranderd in een regten hoek.
Hoeveel stompe hoeken hebben wij ? En waar liggen zij ?
Hoeveel hoeken heeft uw blaadje thans ? en hoeveel zijden ver-
toont het?
Het is een vijflioek geworden.
Wijst de langste zijde ?
Toont de kortste zijde ?
Wijst met beide handen te gelijk de lijnen aan, die even groot zijn.
Hoeveel regte hoeken hebt gij ?
Waarop gelijkt ons blad thans?
Op een huis.
Teekent dezen vorm netjes op uw lei.