Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Vouwt uw blad nu eens zamen tot vier diiehoeken — tot acht
driehoeken. — Maakt het middenpunt van uwe ster tot het toppunt
van eene piramide. — De twee eerste vouwen , die gij gelegd hebt
vallen naar binnen ; de schuine lijnen komen naar buiten — legt een
vinger tegen elk zijvlak en drukt ze té zamen. Keert de piramide te
binnenste buiten — dan komen al de schuine lijnen binnen en de
vier vierkantjes zullen zich bem'telings aan u vertoonen. Gij hebt de
acht driehoekjes nu ook als om een spil vereenigd.
NEGENDE OEFENING.
Fig. IL
Nadat de kinderen al de lijnen van fig. 10 behoorlijk gevouwen
hebben — leggen zij het blad regt voor zich.
Wijst allen dat punt van uw blaadje, waar alle vouwen zich ont-
moeten. Het is het midden. — Onthoudt dit goed, want wij gaan nu
alle hoekpunten naar het midden ombuigen.
Vat eerst de regter hoekpunt aan de bovenzijde en brengt die netjes
op het midden. Fig. 11. Legt een vouw zoo stevig, dat de omge-
slagen tip moet blijven liggen.
Beziet uw blad nu eens goed; het heeft een vreemd aanzien gekre-
gen — telt hoeveel zijden wij thans hebben. Wie kan ze mij allen
noemen? Ik zal ze wijzen. — De bovenste is? — Een waterpaslijn.—
De onderste ook een waterpaslijn. — Linker en regter zijn loodlijnen
en nu hebben wij nog een schuine lijn over.
Op welke lijnen loopt deze schuine lijn uit?
Heeft ons blaadje nog evenveel regte hoeken als vroeger ? — Wijst
de regte hoeken. — Voor wij deze vouw legden, hadden wij vier
regte hoeken en thans maar drie — doch wat is er voor dien eenen
regten hoek in de plaats gekomen ? *