Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Wij hebben straks de onderzijde op den bovenkant gelegd en gezien,
dat zij even gj-oot waren — nu moet gij de linkerzijde eens op de
regterzijde leggen. Houdt de opene zijden van uw papier met de lin-
kerhand vast en maakt nu met de regterhand de vouw. Fig. 4.
Wij hebben het blad weder gedeeld — in hoeveel deelen ?
fn twee halven.
Hoe noemt gij de lijn, die het blad doorsnijdt?
Een loodlijn.
Telt al de loodlijnen, die gij ziet.
Zij zijn allen overal even wijd van elkander, beproeft het maar eens.
Hoe noemt men ze daarom ?
Evenwijdig; ook wel gelijkloopend.
Wij slaan thans het blad open en leggen er nu ook een waterpas-
lijn in. Legt de vouw thans met de linkerhand, want die moet ook
vlug worden. Deze lijnen doorsnijden elkander. Fig. 6.
Het blad is nu in vier vierkanten gedeeld.
Wijst het punt waar de lijnen elkander doorsnijden — dat heet het
snijpunt. — Het snijpunt ligt hier juist in het midden van het blad.
Wijst allen het midden.
Hoeveel hoeken komen bij het snijpunt zaam ?
Hoeveel regte hoeken telt gij thans aan het geheele blad?
Zestien regte hoeken.
Aan welke voor^verpen in dit vertrek ziet gij ook regte hoeken ?
Aan de deur, de vensters, aan banken, tafels enz.
Wijst mij ook waar gij loodlijnen en w^aterpaslijnen ziet ?
VIJFDE OEFENING.
het kleine vierkant. Fig. 5.
Vouwi uw blad door een loodregte vouw in tweeën — en deelt het
toegevouw^en blad nu nog eens door een waterpaslijn in tw^ee deelen.