Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
DERDE OEFENING.
omwending van het blad. PI. I. Fig. 2.
Legt het blad regt voor u neder.
Wat zoudt gij moeten doen om de linker zijde tot de regter te
maken ?
"Wij moeten het blad zijdelings omdraaijen.
Wat zoudt ge doen om den bovenkant tot den onderkant te maken ?
Het blad te onderste boven keeren.
Gij hebt wat onder was, boven gebragt en wat boven was , onder —
gij hebt wat links was , regts gemaakt en wat regts was, links —
daai'toe moest gij het geheele blad omkeeren en kreegt telkens een
ander vlak voor u — doch nu zullen wij hetzelfde vlak naar ons
toegekeerd laten blijven en toch de kanten verwisselen.
Kunt gij ook den onderkant tot den linkerkant maken?
Kunt gij ook den bovenkant tot den regterkant maken ?
Wij draaijen het blad nu telkens eene geheele zijde om — let eens
goed op , hoeveel maal moet ik het blad omdraaijen om dezelfde zij-
den weder in denzelfden stand te brengen , wij geven een teekentje
aan den bovenkant.
Vier maal.
Ziet eens goed naar mijn blad. Ik zal het geen geheele zijde om-
draaijen — hoeveel heb ik gedraaid ?
Een halve zijde.
Beziet het nu eens" opmerkzaam , fig. 2. Er is veel veranderd en
toch is het blad hetzelfde gebleven. Heb ik nu ook eene zijde boven
en onder, eene zijde regts en links ?
Neen, ik heb de hoekpunten boven en onder, regts en links.
Legt allen uw blad op dezelfde wijze voor u, fig. 2. Ik geef eru
een ander blad bij , dat zult gij leggen zoo als wij gisteren deden,