Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
beneden. — Wijst mij nu ook den boven- en onderkant, van de reg-
terzijde beginnen wij. — Ik zie daar dat gij nu geheel anders doet
dan straks — om de zijkanten te wijzen, beweegt gij de vingers regt
op en neer en nu gaat gij geheel dwars. — Gij hebt gelijk , wij moe-
ten nu ook een geheel anderen weg uit — wanneer ik langs dit blad
lijnen trek , dan loopen er twee regt voor ons uit en twee loopen er
dwars voor ons heen. Gij hebt reeds aan uwe mozaïkplaatjes geleerd
hoe men die lijnen noemt ? (bij jonge kinderen moet men vooral de
schooische termen mijden — bij groote kinderen kan men gerust
van loodlijn en waterpaslijn spreken. — Ik zie mij duidelijkheidshalve
genoodzaakt, die termen hier ook voor den volwassen lezer te bezi-
gen; doch verzoek dringend geen misbruik daarvan bij jonge kinderen
te maken: laat hen op hunne manier spreken , als zij maar duidelijk
leeren onderscheiden.)
Er zijn geen bogten of hoeken op de kanten van uw blad, de
kanten zijn dus allen regt, alsof er een regte lijn langs was getrok-
ken. Men trekt den omtrek van het blad met krijt op bet bord.
Zegt mij toch eens, waar die vier hoeken vandaan komen ? Als de
zijlijnen , die ik geteekend heb , allen denzelfden weg uitliepen , zou er
dan ook een hoek ontstaan? Twee loodlijnen maken geen hoek , twee
waterpaslijnen maken ook geen hoek, maar een loodlijn die een
waterpaslijn ontmoet, maakt een hoek. Gij weet het door uwe vlecht-
latten en mozaïkplaatjes, dat zulke hoeken regte hoeken heeten.
De kantlijnen van ons vierkant komen op de hoekpunten zamen.
Wijst mij den bovenhoek regts — laat twee wijsvingers langs de
kantlijnen loopen , die dezen hoek vormen — wijst overal het ontstaan
van de hoeken aan.