Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Leergang voor de School.
VOOR KINDEREN VAN 6 TOT 10 JAAR,
LEERVORMEN.
EERSTE OEFENING,
het blad in de eerste ligging. PI. 1. Flg. 1.
Kinderen ! ik geef u allen een blad papier. Ik wil u de kunst lee-
ren er iets moois van te maken. Maar zegt mij eerst eens of gij wel
weet, waarvan het blad gemaakt is? — Ziet gij ook eenig verschil
tusschen de bladen die ik u gegeven heb? — Ze zijn allen even
groot. En welke gedaante hebben zij ? Ze zijn vierkant. Ze zijn allen
even zoo breed als ze lang zijn.
Ik wenschte wel dat gij dit blaadje , dat er zeer rein en zindelijk
uitziet , ook netjes en handig leerdet behandelen en dat het onder uwe
kleine vingers tot een keurig kunststukje werd — doch daartoe moet
gij mij beloven het niet te zullen kreukelen of scheuren. — Als g^
het blad dus opvat, moet ge het niet ruw en lomp doen; want het
is zeer ligt. Voelt maar eens; vat het met duim en vinger bij een
hoekje — juist zoo als ik doe. — Mij dunkt daar zijn nog meer
hoeken aan het blad. Legt het neder en laat ons die tellen. Gij telt
er vier. — Gij hebt dat woord vier al eenmaal genoemd: gij hebt
gezegd dat het blad vierkant was — wijst de kanten — wijstmij
den bovenkant, den onderkant — den linkerkant, den regterkant. Hoe-