Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
WED.MUS.v.OND.enOPV,
SCHOOLMUSEUM
AMSTERDAM
ning van de hand. De groote kinderen kan men de blaadjes voor de
kleineren gereed laten maken. Dat er uit een stukje papier veel leei ing
kan getrokken worden , ook voor de schooljeugd , wllen we bewijzen
in de vqjgende oefeningen — waaruit men voor huiselijk gebruik na-
tuurlijk nemen kan wat men wil. — Ik zal mij kortheidshalve bepa-
len tot de grondslagen en eerste beginselen , die elk zoo ver het goed
dunkt, naar de vatbaarheid der leerlingen , uitbreiden en voortzet-
ten kan.
Het is niet mogelijk al de gesprekken op te geven, die men met
jonge kinderen bij het vouwen voeren moet ; vooral voor de allerkleinsten
en de beginners moet men allereenvoudigst en kinderlijk spreken —
en toch niet door te veel woorden het opmerken der kinderen verwar-
ren. Het is beter dat zij het papier in stilte bekijken dan er al te
veel bij snappen. Het is beter te zoeken dan te praten. Overlaad
hen dus bij dezen arbeid niet door te veel vragen en laat spreken en
zwijgen bij de gedurige handeling en beschouwing afwisselend zijn.
Al hetgeen hier onder volgt is dan ook veelmeer tot opheldering
en leering van ouders en onderwijzeressen of kindermeisjes dan voor
de kinderen. Ik geef punten op waarop men de aandacht heeft te ves-
tigen , maar geen lessenboek om van buiten te leeren of woord voor
woord te volgen.
Wij onderscheiden, even als bij alle Fröbelsche spelen , de vormen
die uit een blad papier voortgebragt kunnen worden, in leervor-
men, schoo n heidsvorme n en 1 e v e n s voim en , of huise-
lijke vormen. PI. I, H , IV , V en VI zijn de leervormen , die tot schoon-
heidsvormen voeren en elk voltooid regelmatig vouwsel kan als zoo-
danig gelden. PI. III en VH geven eenige voorbeelden van levens-
vormen — die voor eene oneindige uitbreiding vatbaar zijn. De
eerste dienen meer bepaald tôt vorming van oog en hand en oordeel ,
de andere zijn meer tot vermaak en uitspanning geschikt. Men moet
beiden in de praktijk vereenigen en bij de leer vorming nooit te lang
stilstaan , nooit er het kind door vervelen of afschrikken — maar ze
toch altijd bij de levensvormen te pas brengen , die zonder de leer-
9