Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
is voor de jongste scholieren , als het bijvoorbeeld tweemaal per week
wordt aangewend.
En daar een blad papier eene luttele waarde heeft, is het voor
het armste kind te bekomen.
Er is daarom ook onder al de Fröbelsche kinderwerkjes geen, dat
zoo algemeen verbreid, zoo gemakkelijk door iedereen toegepast kan
worden , als het papier vouwen. Misschien is er ook geen dat ouder
is , of bij alle volken en alle standen meer bekend dan de kunst om
uit een .stukje papier iets aardigs te maken — ja, ik durf beweren,
dat er geene familie zoo rijk of zoo arm is, die niet zekere over-
leveringen van fraaije vouwsels bezit.
Maar wat baat dat. De kunstenaar blijft de eenige werker en het
kleine volkje ledige toeschouwers. Grootvader of oom of nicht maken
brieftasschen , aschbakjes, pijpendopjes , speldendoosjes , klappers en
blaasbalken voor de kinderen — in plaats dat de kleinen iets leeren
maken voor anderen of tot eigen gebruik. Wij willen de kinderen
zelve aan het werk hebben; de kleine vingers moeten het blad be-
werken en zelve het genot leeren kennen van iets aardigs te voorschijn
te brengen.
Het is onmogelijk om met woorden alleen eene beschrijving van de
menigte van vouwsels te geven, die uit een blaadje papier temaken
zijn. — Zij klimmen tot ver over de driehonderd , en als men een-
maal goed op weg is, ontdekt elk kind altijd weer vele nieuwe vor-
men. Vooral als de kinderen eerst een weinig handigheid door de
Fröbelsche bouwspelen , vlechtlatten en mozaïkplaatjes hebben gekre-
gen en het oog aan zuivere vormen gewoon is geworden, werken de
kleinen al spoedig allerliefst en soms keurig net. — Het i)apier vou-
wen behoort tot de IVde Reeks der Fröbelsche oefeningen — en houdt
met het mozaïkwerken gelijken tred.
Om het doel van deze spelen echter niet te missen, moet hij of zij,
die zich met het kind bezig houdt, wel weten, dat het kind de werk-
dadige partij moet zijn — en dat men den werklust, waar die soms
al mögt hebben geleden , niet opwekt met bevel of geknor — maar