Boekgegevens
Titel: De kleine papierwerkers
Deel: I: Wat men van een stukje papier al maken kan : het vouwen
Auteur: Calcar, Elise van
Uitgave: Amsterdam: K.H. Schadd, 1866
[3e dr.?]
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10062
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202482
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine papierwerkers
Vorige scan Volgende scanScanned page
'10
»Zij zal het mooije blaadje niet scheuren," antwoordde tante, het
reeds beangste kind weer blij makende; want er was al besloten, het
kleine ding te vemijderen — »zij zat overal aan."
Tante nam haar op schoot en zij kreeg ook een papiertje.
»Het lijkt wel een zakdoekje voor de pop," sprak Marietje.
»Wij zullen het eens netjes opvouwen en dan maken wij een taschje
om het in te steken."
»Hé, tante!" juichten de kinderen, »kan u dat maken van zoo'n
klein stukje papier?"
»Ja, en ik zal het u ook leeren." — Wat waren die kinderen blij!
Toen liet tante Mina hen de regte vouwen leggen, die men op
PI. I ziet — fig. 3 en 4, zoodat toen het blad Averd opengeslagen,
fjg. 6 ontstond.
Met aandacht bekeken de kinderen de kruislijnen, die in het blad
afgeteekend stonden. Nu werd het blad omgekeerd, zoodat het onder-
vlak boven kwam en daarna de twee schuine vouwen gelegd van fig.
7 en 8. Toen zij fig. 7 vouwden , riep het kleine Marietje:
»Ik heb een halsdoekje voor de pop" en sprong van tantes schoot
om de pop te halen. De andere kinderen vouwden voort, tot zij allen
de lijnen van fig. 10 gekregen hadden en waren reeds zoo blij met
de fraaije ster, die onder hunne eigene vingertjes ontstaan was, als
of men hen een geschenk gegeven had. Het platte blaadje scheen eens-
klaps leven te hebben gekregen en vertoonde zich als eene vierzijdige
piramide, die bij het toppunt genomen, van alle zijden door de kin-
deren bekeken werd.
»Neem de piramide nu eens zoodanig bij den top op," sprak tante
Mina, »dat duim, wijsvinger, middelvinger en ringvinger elk een
afzonderlijk plaatsje krijgt; ieder vinger moet op de middellijn van
een zijwand komen — druk nu die zijden naar binnen, zoodat zij in
het midden zamen komen en bezie uw vormsel nu eens van onder."
»Vier zakjes — vier peperhuisjes! o hoe aardig!" riepen al de kinderen.
»Bezie deze zakjes eens goed; merkt gij wel, dat zij lange en korte
vouwen hebben?"