Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
na Drie- Koningen* 6g
TtTS en ik zal wandelen waardig hel Evan-
gelie van CnniSTUS. Al wat goed, al wat
cerlqk , al wat betamelqk is, komt van bo-
ven, van den vader der lichten. Wij moe-
ten wakker en waakzaam zijn ; opdat ons de
booze vqand niet overvalle en onkruid on-
der de tarwe zaaije, gelijk hij deed in de
gelijkenis. Door wakker zqn moet verstaan
worden de uitruchtige vermaken en kwade
gezelschappen te vermqden; zijne kinderen
en ondernooren behoorlijk te verzorgen en
te berispen over hunne verkeerdheden ; de
godsdienstige vergaderingen vlqtig en dikwijls
bq te wonen en hun leven naar het Evangelie
in te rigteo. Wanneer zq slapen , wanneer
zij hierin anders handelen , dan neemt de
duivel zijne kans waar en zoekt de menschen
lot kwaaddoen te verleiden en in zonden te
doen vallen ; het goede, dat nog aan hen
is, te verstikken , te onderdrukken, ten einde
hunne zielen in het verderf te storten. Ou-
ders, slaapt derhalve niet bq de opvoeding
van uw kroost. Jongelieden , slaapt derhalve
niet bij het vervullen uwer pligten : werkt
niet met slappe handen en knieen ; maar
waalt en hidt ; ziet ^ zegt FetItÜS ^ de
duivel gaat om als een brieschende leeuw ^
zoekende wien hij mag verslinden, (*) Laat
ons verder het Evangelie hooren ;
« En de dienaars van den huisvader
KK kwamen hem zeggen : Heere ^ hebt
« gij geen goed zaad in uwen akker
« gezaaid ? hoe komt er het onkruid
rm _________ ■■ ■ -i—■—i- ----"
(*) 1, Pelri u : 8.
E 4