Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
«
Evangelie op den Feestd, van den Silv;
regt berouw over onze zouden toonen , daar-i
van bcJijdcnis afleggen , ons met onzen naas-
te verzoenen; teruggeven, wat wij onregt-
vaardig verkregen hebben , onze schuld be-
talen , werken van barmhartigheid doen , en
de geboden Gods en der H. Kerk onder-
houden ; zoo zullen wq omgord zijn , en
onze lichten zullen brandende wezen. Zijt
voorts kuisch, en niet wellustig; oot-
moedig , en niet hovaardig ; dan zult
gq vele bekooi'iugen wederstaan. Dat onze
Leeraars ons daartoe door hunne leering en
voorbeelden opwekken , dan zullen wij met 'f
den H, Paultts begeeren ontbonden te zijn t
en met CfJRIsTUS te wezen.
De II, Silvester, wiens Feest wij heden
vieren , was ook een dienaar, die zijne len-
denen omgord en zijne lichten brandende in
de handen had ; hij was gelijk aan die knechten,
die hunnen Heer verwachtten; en daarom
zit hij ter tafel , waar hij van het aanschou-
wen van zijnen Heere verzaad worilt. Strij-
den wij dan ook tot den einde ; want de
Heere JkSüS zegt : fJie verwint, dien zal
ik met mij doen zitten op mijnen troon
en die zal de zaligheid beërven.
GEBED.
Dat wij, o Heere, al onze gedachten,
woorden en werken, daarlieen strekken,
om uwe heilige geboden te onderhouden. Geef,
dat wij steeds waken eu bidden totiiwetoe-
komste, dan zullen wij met uwe getrouwe
dienaars het driemaal Heilig zingen. Amen,
_EINDE._
Openb. IH. ; 21.