Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
/Z. Antonius en andere Belijderen. 44S
at wij daartegen moeten waken, en welk
>on wij daarvoor te wachten hebben. Dat
we Lendenen omgord zijn , en dit middel
ebruikte de H. ANTOMÜS hijzonder, om
e begeerlijkheid der oogen, des vleesches en
e hovaardij des levens te ontgaan. Wij le-
en van hem, dat hij dikwijls gansche nach-
en door bad, op den blooten grond sliep,
Is de slaap hem overviel . cn geheele da-
en vasUe ; alleen des avonds, voor de groo-
i4e nooddruft, eeu weinig nuttigde Aldus
i)ragordde zich de H. AntüMüS , terwijl hq
- brandende Lichten in zijne handen had ,
j aamelijk : hij overdacht Gods woord en
ieed goede werken
} Gebruiken wij ook deze middelen? Zqn
i; onze lendenen ook omgord ? Helaas , het is
rler met velen zeer verre af! In stede van
boetvaardigheid te doen , te vasteu en te
bidden , jagen zij veel meer de wereldsche
ijdelheden ua , en wandelen iu de begeer-
lijkheid des vleesches en dc hovaardij dezes
levens. Maken wij een behoorlijk gebruik van
Gods woord. Trachten wij hetzelve te hoo-
ren en ous leven daar naar in te rigten?
Andere lichten ziju de Leeraars der H. Kerk,
die ons het woord Gods uitleggen ; deze ne-
men wij in onze handen , wanneer wij hunne
boekeu lezen of hunne predikatieu aanhoo-
ren -y terwijl de godvruchtige menschen , die
ous door hun voorbetdd stichten, insgelijks
onder de lichten gerekend kunnen worden.
Vragen wij ons voorts af, of wij goede
werken doen , en deze lichten in de han-
den hebben ? Onze lichten , onze goede
werken, moeten van de menschen gezien