Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
der hesmjdenis önz^s Heeren,
^an hart en zinnen besneden zijnde , zul—
en wq aan God aangenamer zqn , dan a!4
>f wq naar de Joodsche wet besneden wa-
t-en. Zulk een besnoeide wijngaard zal schoo-
ne vruchten der bekeering voortbrengen.
iVij hebben door den doop , die in de plaats
der besnijdenis gekomen is, den Heere JE-
SUS CtlRiSTÜ.s aangedaan en den duivel ea
de wei'eld verzaakt De naam onzes Zalig-
makers zal ons heilig en bevordelqk zijn ,
wanneer wq dien in den nood aanroepen.
God is getrouw en zal zijne beloften aan
ons vervullen. Wat zal het troostehjk zqa
ili den dag des oordeels, gerekend te wor-
den onder het getal der uitverkooriien ; maar
hoe verschrikkelijk moet het in de oorert
klinken , wanneer CHRISTUS tot hen, die
zijne geboden ongehoorzaam geweest zijn ,
zal zeggen : ih hen u niet ^ gaat weg
van mi] , gij vervloekten^ in het eeuwigè
ifuur. Hunne namen zullen uit h(?t boek
ij des levens weder uitgeschupt vi'ordenj de-^
wijl zij onnutte dienaars waren
Bidtien wij God om zijnen bijstand ; warft
ChuISTUS heeft ons beloofd en toegezegd :
Wat gij den Vader zult bidden in mij^
nen naam^ dat zal Hij u geven, Alleis
Wat gq zult doen ; het zq bidden of dan-
ken , eten of drinken of werken , doet het
alle ter eere Gods en in den naam van JE-
SUS : in den naam van JESUS zullen
worden gebogen alle knieën der^enen ^
welke in den Heinel ^ öp de Aarde of
onder de Aarde zijn (*). Daarom buigt
(*) Fhilp, II. : ïo.
G 4: