Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
^S 'Evangelie op dén Feestdag
jig en deugdzaam te leven in deze tegen-
woordige wereld , verwachtende de z.ilige
komst onzes Zaligtr,akers , die zich voor ons
in den dood heeft begeven ; opdst Hij onS
zoude vei'lossen Tan alle ongeregtigheid en
Toor yich welven een heilig volk zoude ver-■
zamelen. Herinneren w^ij ons hierbij aan den
nieuwjaardag en vatten wij een ni-euw voor-
nenien op, om onze goede voornemens en
beloften te verniem^en en ons gedrag te
beteren. Want niisschien komt de Heere
dit jaar ons van de Aarde wegnemen ; dat
Hij ons dan bereid vinde. Steunen wij niet
op onze krachten cn ge^iondheïd , het kan
aoo spoedig veranderen; geen jaar, geene
Traand 9 geenen dag, ja zelfs geen uur zija
wq vau het leVen zekej*. Aan duizende
gevaren en ongelukken zijn wij blootgesteld,
dit leert de dagelijksthe ondervinding Laat
cns altijd op ome hoede zijn : de dood
komt eenmaal zJeker, en de tqd wanneer iff
ongewis. Leven wij zoo , als of ieder uur
het laatste van ons leven ware 5 bidden wij
daarom den Heere JksUS , dat Hij ons door
2^n bloed, bij de besnijding gestoi't, rei-
nige; opdat wij van zonden gereinif^d , aan
God welbehagelijk mogen zijn. Werken wq
vrin onzen kant daartoe méde : verlaten wij
alle verkeerde wegen; vlieden wij alle gie-
righeid , hovaardigheid , allen achterklap ,
haat , nijd en goddeloosheid. Besnijden wij
ons hart van onzuivere gedachten , on^e
tong van kwaadspreken , onze ooren , dat zg
naar geene verkeerde redeiien luisteren, onze
oogen van geene ijdelheden te zien ; cu
on-ze haïiden van» onïcgtvaardi^heid. Aldus-