Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
424 Evangelie op den Feestdag
dachten koesteren; want al wie eene vrou
aanziet om te hegeeren , die heeft reedsX
met haar overspel bedreven (*); voorts heilig!
denken over en omtrent alles, dan zullenl
zij God zien van aangezigt tot aangezigt enlj
met de Heiligen in Jesus rijk aanzitten.
« Zalig zijn de vreedzamen ; want zij\
« zullen Gods hinderen genoemd wor-\
« den."
Indien iemand ootmoedig , zachtmoedig,
begeerig naar deugd, barmhartig en zuiver
van hart is , dan heeft hij rust in zijn ge-
moed en vrede met God en menschen ; de-
zulken zijn kinderen Gods, en zoeken dezen
vrede overal te verspreiden , naar het voor-
beeld van onzen Heere Jesus Christus ;
waarom zij dan ook medeërigenamen in zijn
Koningrqk zullen worden.
« Zalig zqn zij, die vervolging lijden ,
« om de regtvaardigheid; want het
« rijk der hemelen komt hun toe."
Hier wordt geleerd , dat de regtvaardigen ,
de ware aanhangers van Jesus , hun loon
niet op deze wereld te verwachten hebben ;
doch dat zij integendeel dikwijls zullen vei--
volgd worden; want de wereldsche men-
schen haten het licht en vervolgen de goe-;
den. Zij kunnen zich echter troosten , daar
hun het rijk der hemelen toekomt, en zij hun
loon hiernamaals te wachten hebben. Chris-
tus noemt hen zalig; Hij vermaant hen ge-
rust te zijn en zelfs zich daarover te ver-
(») Vers. 28.