Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
\
der hesnijdenis onzes Heeren,
len : het spreekt van de besnijdenis onzes
Heeren
Om dezen tekst te verstaan, moet men
weten , dat God in het oude Testament ge-
boden had , dat alle zonen, op den acht-
sten dag moesten besneden worden ; dit
moest dienen tot een teeken des verbonds ^
hetwelk Hij met zijn volk, en bij-conder met
Abraham , den stamvader der Joden, ge-
sloten had, waardoor God aan Abraham be-
loofd had, dat Hij hem tot eenen God
zoude zijn , hem bijzonder zoude zegenen
en beschermen, en dat uit zijn geslacht deu
Verlosser der wereld zoude geboren wor-
den. Daarentegen verbond Abraham zich.
met al zijne nakomelingen, Gods geboden
te zullen nakomen en de eere zijns naams
voor te staan en te belijden.
Wij gelooven dan , dat God deze belofte
aan Abraham vervuld heeft, door zijnen
zoon in de wereld te zenden , in welken alle
geslachten der Aarde zullen gezegend wor-
den ; Hij is , naar luid des Evangelies, op
den achtsten dag besneden geworden en zij-
nen naam werd genoemd Jissus ; dat is Za-
ligmaker. Door deze besnijdenis werden de
kinderen, gelijk thans door den doop, tot
kinderen Gods en der Kerk aangenomen.
Uit diepe nederigheid onderwierp zich JE-
sus aan deze wet; ofschoon Hij daaraan
niet gebonden was ; vermits Hij zelf die-
gene was, welke aan Abraham de belofte
gedaan had.
Herinneren wij ons hierbij aan onzen doop ,
waarbq wij in het boek des levens zijn op-
geieekeud geworden, om godvruchtig,
G 5