Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
i^oo Evangelie op den Feestdag
in de gedaante eener slange, verleid, en do(
hare ongehoorzaamheid , zonden wg eeuw
van Gods aanschgn verstoten zijn , indit
niet Chkistus in de wereld gekomen ware
oni voor zondaren te Iqden en te stervei
wij moeten dan dezen boozen vijand wc
derstaan ; waken eu bidden, om in liet ge
loof' staande te blijven» Ootmoed eu ne
derigheid zijn de hoofdeigenschappen van eeri
Christen ; want Qod wederstaat den ho
vaardigen ^ maar den nederigen geeft Hi ^
genade (*). Ea wie niet wordt als klei i
ne hinderen ^ die zal in het rijk der heme s
len niet komen ; en veel minder zal die daa
de meeste zijn. Maar die daar de meeste wi
zijn , moet hier op Aarde de minste zoeken t
wezen; geene wereldsche eer of glorie zoeken
en daarin aan kleine kinderen
Ten anderen leert dit Evangelie , hoe aan-''
genaam den Zaligmaker de kleinen zijn nie ^
alleen ; maar ook , dat het Hem bijzonde]
welgevallig is , wanneer men een nederig ei
ootmoedig mensch ontvangt ; dat is ; hen '
huisvesting geeft, van spijs en drank ver-
zorgt, kleedt, enz. Hieronder zqn alle weU^
dadigheden begrepen. JkSLTS zal ^ gelijk Hq
op eene andere plaats zegt, de weldaden aau
zqne lievelingen bewezen , aanmerken als aan
Hem geschiedende en in den jongsten dag
tot hen zeggen : Ih heb honger gehad en
gij heht mij gespijsd n ih heb dorst ge-
had , en gij hebt mij' te drinken gege^
ven. Ih was een vreemdelingen gij hebt
mij geherbergd Verder ni oeten wij ooi
(*) Peü-i Y. : 5. (^^^J Mattheus XXY. s