Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
Evangelie op den Feestdag
deze Heiligen woifien nog meer Feestda
in bet jaar gehouden ; maar op alle Fe
dagen van den H. Petrus wordt dtt^el
Evangelie voorgehouden , om aan de scbo
ne vooriegten van PetruS boven de and
Apostelen en zqn groote geloof, te heri
neren.
Het Evangelie zegt, dat Jesus op zeker
tijd omtrent Cesarea zrjnde , zijnen lee
lingen vroeg, welke denkbeelden de me
sehen van Hem hadden. Het antwoord kwa
daarop neer, dat men Jesus over het a
gemeen , voor een buitengewoon mens
hield ; daar Hij eene bijzondere manier v
leveu en leeren had. De menschen oordce
den naar het uitwendige, dat /ij zagen, e
naar de geruchten j zij geloofden niet me
dan hetgeen zij met hun verstand koude
hegrqpen, gelijk er no^ menschen gevonde
worden, die niets willen aannemen , da
hetgeen zij zien eu tasten kunnen. D;^aren
hoven hadden vele der toen levende men
sehen het verkeerde denkbeeld van eeui^
Heidensche wijsgeeren , dat de ziel van de
mensch , na den dood , in een ander lig
cbaam overging : om welke j-eden Herooe
en vele Joden meenden, dat Joannes d
Dooper, dien hij had laten onthoofden, te-
rug gekomen was , en zich in den persoon
van Jesus vertoonde. Zoo hadden zij vroe-
ger Joannes gevraagd , of hij een der Pro-
feten was.
Op de vraag, die Jesus aan zijne leer-
lingen deed : Maar gij lieden , wie , zegt
gij , dat ik hen ? gaf PiiTRUS ten ant-
woord : Gij zijl de ChiUSTüS ^ de Zoon