Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
zondag na Pinisterem
vf^v ons te lijrieti. Welke ciankbaarlioM zqu
PU <ius aan God voor deze weldaden
^^techiddigd ! Hoe zidlen wij Hem dit ver-^
5ïlen ? iMet zijne geboden en die van de
nlKerk te onderhouden met onzen naas-
'M dat te vergeven , wat bij ons misdaan
ift ; gelijk wq ook dagelijks bidden in
Onze Vader. Maar hoe dikvvqis zal
i zqnen naaste vergeving schenken i*
itigmaal zevenmaal ; dat is ; onbe-
i^d. Hebben wij ook niet dagelqks en ie-
; oogenblikken van noode, dat God ons
zonden vergeve, die wij met gedacluen ,
rden en werken bedrijven. De schuld
eene doodzonde, tegen de hooge Ma-
iit van God begaan, kunnen wij nooit be-
tl , en beloopt zich nog meer dan de
dui/end ponden of acht millioenen gul-
5 van den dienaar. Waarom wij steeds
n de zonilen op onze hoede moeten zijn,
lïliiever moeten willen sterven dan God door
; zonde vergrammen. Door ziekten eu
nsre onheilen worden wij dikwijls, als het
3 , opgewekt om tot God te komen en Heni
ia vergiffenis te smeeken, en wee hem, die
met den dienaar nedervalt en den Hee-
ejfndt, dat Hij geduld en medelijden met
hebbe. Wee hem , die in zonde zijnde,
ras tot het H. Sakrament van de bieclit
toevingt neemt en vergeving smeekt.
Vit God is magtig den zondaar alles te
niemen en hem in de verdoemenis te
repen.
q weten ook uit dit Evangelie, dat God
MaUh. XVlll. : 22.
b a