Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
936 Evangelie op den twaalfden
« hem ziende , werd met barmhartig
« heid bewogen. En bijkomende ver
« bond hif zijne wonden^ gietende wijt
« en olie in dezelven : en hem op zij)
O lastdier leggende, bragt hij hem ii
« eene herberg en zorgde voor hem
« En *s anderendaags schoot hif twet
« tienlingen uit, die hij den waara
« gaf en zeide : Draag zorg voor hem^
<t en al wat gij daarenboven zult ver<-
« schoten hebben , zal ih u , bij mijnA
« terugkomst goeddoen, fl^ie van deze
« drie dunkt u y dat de naaste geweest
« is, van dengenen , die onder de
« moordenaars gevallen was? Hijant-
« tvoordde : Die hem barmhartigheid
1 bewezen heeft. En JeSITS zeide hem;
« ga heen en doe insgelijks "
De Joden, beschouwden de vreemdelin-
gen , en al wie geen Jodengenooten waren,
niet als hunne naasten. Deze grove dwa-
ling wederlegde de Heiland hier, en leerde,
dat ieder mensch, wie hg ook zqn moge,
uit welk land en van welk eenen godsdienst,
onze naaste is, en dat wij hem dei-halve
als zoodanig moeten beminnen; dat is : zijn
geluk, zoo veel mogelijk, moeten bevorde-
ren of bevorderlijk zijn. De Zaligmaker
vraagde : wie van deze drie dunkt
dat de naaste geweest is ? Namelqk : wie
is het, die den pligt van liefde jegens den
naaste vervuld heeft En Hij antwoordde :
Die barmhartigheid bewezen heeft.Wq moe-
ten dus henen gaan en alzoo doen : de kran-
ken , de ellendigen , de iroosieloozen in hun-