Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
20 Evangelie op den derden zondag
« gij noch de Christus , noch Eli as ,
« noch de Profeet zijt ? JoANNES
« antwoordde hun, zeggende : ik doop
« in het water : maar hij heeft in het
« midden van u gestaan, dien gij niet
« kent. Hij is het die na mij komen
.« moet, die voor mij geweest is; wiens
« schoenriem ik niet waardig hen te
« ontbinden. Deze dingen zijn in Betha-
« nie geschied over de Jordaan ^ waar
« Joannes doopte."
Deze doop , waarvan Joannes spreekt, is
niet het Sakrament des doops, hetwelk de
Zaligmaker naderhand heeft ingesteld tot
vergiffenis der zonden , maar alleen een
teeken dier vergeving en vernieuwing, die
door den doop van christus aan bekeei-de
zielen gegeven wordt.
Mqn doop, zeide Joannes tot degenen
die tot hem gezonden waren , is slechts met
water, maar daar komt een magtiger dan
ik , die zalu donpen met den H. Geest (*).
De doop in den naam des Vaders, des Zoons
en des H. Geests namelijk , waailbij men in
het boek des levens opgeteekend en aange-
nomen wordt als een lidmaat van Chris-
tus Kerk , om tegen de wereld, den dui-
vel en ons eigen vleesch te strqden. Daar-
om baat het den mensch niet, wanneer hij
gedoopt is , indien hij zijn geloof niet uit-
oefent in goede werken , en indien hij zich
niet bevlijtigt, om alles uit den weg te
ruimen , wat hem hinderlijk kan zijn tot de
(*) Luc. III. : i6,