Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
Evangelie op den twaaljden
« moet ih doen f om het eeuwige lev\
« te bezitten ? JESUS zeide hem : IV\
« staat er in de wet geschreven ? Ha
(t leest gij daar? Hij antwoordde : Gl
« zult den Heere uwen God liej hea
« ben uit geheel uw hart , uit gehe\
« uwe ziel, uit al uwe krachten en u \
« al uw verstand : en uwen naaste \
« als u xelven, JeSVS zeide hem : G \
« heie wel geantwoord ; doe dat, e \
« gijf zult leven. i
i
Deze twee punten of geboden bevatten al |
les , wat wq moeten doen om zalig te wor |
den : God beminnen boven alles en o««
zen naaste gelijk ons zelven. Wij heri
halen het : weinige woorden, maar die alle^
besluiten; want van deze twee geboder, I
hangt de geheele wet en de Profeten (*). i
Oni tot die liefde te komen, zullen wij
dikwijls overleggen , hoe lief God ons eersl
gehad heeft, toen wij nog niet waren; dat
Hij ons tot nog toe onderhoudt en verzorgt;
dat Hij ons van de eeuwige verdoemenis
verlost heeft, door het zenden van zijnen
Zoon in de wereld. Merken wij op en be-
wonderen wij al het geschapene : de zon ,
de maan en* de sterren schijnen zoo heerlijk ;
de jaargeüjden komen elk op hunne beurt;
de vruchten der Aarde, de vogelen des he-
mels en de visschen der zee zijn alle voor
den mensch geschapen ; ja , een enkel bloem-
bed vertoont ons duizend wonderen , en
dit alles verkondigt ons de wqsheid, magt
(*) Mallh. : 4o.