Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
936 Evangelie op den twaalfden
örti van de menschen gezien te word
Helaas ! mogte het niet Waar zijn , dat
zifeh Onder de Christenen velen hevonde
die op dit katSte volmondig ja. moet
zeggeJu Och , of wij ons Van dergelijke i
dtiliièden Onthielden! Wij kunnen de me
scheh wel voor «en tijd lang , maar Güj
niüimer bedriegen. Dat wij ons dan ni
iher aan huichelarij schuldig maken !
De Farize^'r staande bad aldus
zith zelven : O Gx>d, ii; d<Xnk z/, dat i
ni'êt ben gelijk de 'andere fnenschen.
zijn er nog velen onder oni , die bij zi
zelven dus Vedeiieren. De een zegt :
drink Wel feens vetI, maar ben gïeenhoeree
der eii geen dief 5 de andere : ik heb
slev hte maat en ge^^igt, doch ik laster 0]
srcheid niemand, gelijk öiijn buurman 5 êe£
dérde zegt : ik ben prachtig en hoogmoel
dig , doch geen vraat of wijnzuiper ; oo|
geen dief of overspeler. Dan, voor zott
verre er Onder ons zfrlken «qn, die ins^e4
lijks denkéii, waarlijk, het gaat hun gelijff
den Parizeer. Hij , die één gebod ove^ [
treedt, overtreedt die alle , want één Wet»
geVer gaf al de tiéji geboden.
Doc/i de Tollenaar van verre staande^
wilde zelfs zijne oogen naar den hemel}
niet opslaan / zoo vol rou'w en ootmoed
WöS dezê man, dat hij zijne oogen niet
durfde opslaan naar den hemel; hq dacht
over zijne zonden na, Vond dtft dezelven
groot waren , en zeide : God, weès mij
zondaar genadig* Geen wonder derhalve,
dat de Zahgniaker de/:e uit^pi^aak deed : Ih
&eg u, dat deze geregtvaardigd naar