Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
Evangelie op den eer éten
ren zeer bekommerd , hoe zij den steen va
het graf zouden afwentelen. Doch een En
gel, die uit den hemel gedaald was, hai
reeds den steen afgewenteld en de wach
eenen doodelijken schrik aangejaagd, zooda
zij de vlugt genomen haddeji. De vrouwei
konden dus' in het graf zien , en zich vai
de waarheid der verrijzenis van JESUS over
tuigen,
Zij traden dan binnen hetzelve en ver
schrikten niet weinig , toen zij eenen Enge
zagen, in de gedaante eens jongelings eu i
sneeuwwitte kleederen. De Engel troostt
haar met te zeggen : verschrikt niet. Gi
zoekt Jesus van Nazareth, die gekrais
is : Hij is verrezen, hij is hier niet
zie daar de plaats , daar zij Hem ge
legd hebben. Als of hij wilde zeggen : i
weet , dat eene groote liefde u hier benei
gevoerd heelt, om het dierbare ligchaan
van Jesus met balzeming eu rouwbeklag t
eeren ; doch woest gerust , stilt uwe klag-
ten en tranen ; Hij is van den dood ver-
rezen , maar is hier niet , gelijk gij zie *
kunt. Doch deze mare wordt niet allee
aan u verkondigd , maar aan zijne leerlin
gen en bijzonderlijk aan PetkUS. Gij iiiU
Hem zelven te Galileë zien , waarheen Hi
u voorgaat.
Jesus verrees dan ten derden dage met
een glorierijk ligchaam van den dooden,
gelijk wq ook eenmaal zullen verrijzen , in-
dien wij hier zijne getrouwe volgelingen eu
aanhangers zijn. Hij zal ons zijne oneindige
verdienste en zqne verrijzenis deelachtig ma-
ken, indien wij zulks vay harteu be^^ecrcu.