Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
t Kvani^ehe fl» den eersten zondag
Bethlelucm. om on« zalig te maken; maat
alft<lan zal Hq komen als een magtig koning,
met groote kracht en hecrlr|kheid , met al
de hemelsche heerkraclu en omringd door
de engelen , om eeji-on iegelijk loon tc geVeu
Jiaar zijne ^verken. Eer dit geschiedt znlleit
de boeken, de verborgenheden des gewetens,
geopend worden , en dan zal ieder als in
eenen spiegel zien , hoedanig zijn leven hier
op Aarde geweest is ; of hij zalig zal zijn
oï verdoemd worden. Onze Zaligmaker Je-
siTs Christus zal de goeden van de kwa-
den schetden , herder de schapen
van de hokken scheidt ; Hij zal de schapen,
dat zijn de goeden, de nitverkoornen, aan
zqne regterband zetten , en de bokken, dat zijn
de kwaden , de verdoemden , aan zijne linker-
hand. Daar op tal Hi] met vriendelijkheid
«egg;en, tot zijne vrienden, die aan zijne
veglerhand staan : Komt gezegenden mijns
vaders ^ bezit het koningrijk ^ hetwelk i>an
de, ^rondlegs^ing der wereld voor u be-
reid IS, Want ik heb honger gehad en
git hebt mi^ gespijsd; ik heb dorst ge-
LaU en ^a hebt mij te drinken gege-
ê*en • ik was een ureemdeliti^ en gij hebt
Ttivf geherberf^d y ik was naakt en gi] hebt
rna gehteed (bj « en dan zullen zij met groo-
te c*;r en onuitsprekelijke blijdschap gaan in
het eeuwige leven. Maar tot de kwaden ,
die aan de ünkei'hand staan , zal Hrj spreken
niet eene slem, d!e hun als een donderslag
In de ooren zal klinken , en zeggen : Gaat
we^ i^an mij^ gij i>eruloekten in het een-
fb) HMh, XXY. : 54 - 36.