Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'/oS Evangelie op den vierden
« zeide hij tot zijne leerlingen ' ver-^
« gadert de brokken, die er pverge^
K schoten zijn $ opdat zij niet verloren
« gaan. Ziij vergaderden dan en vul-
« den twaalf korven met brokken , die
« van de vijf gersten brooden , den-^
« genen, die gegeten hadden, overge^
« schoten waren. Die menschen dan ,
Ä als zij hel teeken , hetwelk JESuk
• gedaan had, gezien hadden > zeiden:
« Dit is waarlijk de Profeet , die in
« de wereld komen moest. Maar als
« Jesus verstaan had, dat zij komen
« zouden , om hem te halen en Koning
tt te maken, vlugtte hij wederom al-^
« leen op den bergje
Alvorens JESUS de brooden en visschen j
inldeel<le, sloeg Hif de oogen ten hemel \
en zegende dezelven ; waarop alle, die
daar waren, zich verzadigden. Vervolgens
gaf Hij bevel tol het verzamelen van het
overschot, en ziet, er bleef meer overig dan
men aanvankelijk gehad had ; namelijk twaalf
korven met brokken. Dit wonder trol de
verzadigde menigte zoodanig, dat zq uit-
riep : dit is waarlijk de Profeet, die in
de wereld komen moest Hieruit leeren
wij, dat wij , het zij wij eten , drinken of
iets anders doen , altijd God om zijnen ze-
gen moeten vragen en Hem voor zijne wel-
daden dankbaar zijn. Wanneer wij al ouxe
pogingen in het werk stellen , om onzen
pligt te betrachten , dan zal God ook deze
onze pogingen zegenen en ons zijnen geua-
di^en bijstand scheuken. Leuen wij verder