Boekgegevens
Titel: Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Auteur: Jacobs, H.
Uitgave: Venlo: Weduwe H. Bontamps, 1830
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1351
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202473
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Nieuwe Testament
Trefwoord: Evangeliën, Kerkelijk jaar
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zondags-school, of Uitlegging van de evangelien op alle zondagen van het geheele jaar: ten gebruike van Roomsch-Katholijken
Vorige scan Volgende scanScanned page
zondag in de vaste. io§
i' iraret gi) met Daniel in den leeuwenkuil,
I Jij zoude u daar beveiligen en daaruit ver-
ossen.
Maar de boozen , die Gods Woord, zijn
lemelsch brood, versmaden, kunnen van
Jem iu ramp en druk geenen troost,
'eene redding verwachten. Hebben zq ook
?oor een tijd lang voorspoed op deze Aar-
Ie , zi| hebben evenwel hun loon weg. Wee
len, indien zij eenmaal met den rijken man
lunne oogen opslaan in de hel, waar ge-
iveen en knersing der tanden zijn zal.
Daarom, zoo veel mogelijk is, zorgen wq
Ie getiouwe dienaars Gods na te volgen en
Didden wq den Heere, dat Hij ons steeds
n genade aanzie en ons al meer en meer
ot Hem bekeere; opdat wij hier zijn deug-
lenbeeld navolgende, eenmaal, bq onze
icheiding van deze Aarde , door de Engelen
ogen gedragen worden in den schoot van
braham, dat is in den hemel, waar wq
Baligheden zullen zien, die geen oog gezien
ïn geen oor gehoord heeft. Hoort nu ver-
der, welke wonderen JesuS deed, om die
vijfduizend mannen , zonder de vrouwen en
i kinderen te tellen , te spijzigen :
Hij zeide dan : Doet de menschen
a nederzitten. Nu , daar was veel gras
a op die plaats en zij zaten daar om-
« trent vijfduizend mannen in getal,
« 'loen nam JesuS de brooden en ge~
« dankt hebbende, deelde hij ze aan
« degenen, die daar zaten; insgelijks
« ook van de visschen , zoo veel zij
a wilden. En als zij verzaad waren j