Boekgegevens
Titel: Gemengde vraagstukken op het gebied van het handelsrekenen
Auteur: Zutphen, G.P. van
Uitgave: Utrecht: J. Bijleveld, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 10010
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202463
Onderwerp: Bedrijfskunde, organisatiekunde, arbeidswetenschappen: accounting
Trefwoord: Boekhouden, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemengde vraagstukken op het gebied van het handelsrekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
Gehalte kwartje = 0,640 en 't gewicht = 3,575
gram.
Gehalte gouden tienguldenstuk 0,9 en 't gewicht
6,72 gram.
45. Niet volgefourneerde Rijnspoorweg-aandeelen,
waarop i 3 gestort is, staan genoteerd 100%. Wat
betaalt men dan voor een stuk van ë 20 als men V« %
voor provisie rekent?
46. Iemand koopt Rusl.-Oost.-leening en wil 5 %
van zijn geld trekken. Als nu de roebel ƒ 1,12 staat
en men Vs % voor courtage rekent, hoeveel kan dan
de koers hoogstens zijn ?
47. Te Amsterdam is het gewoonte dat, bij in- en
verkoop van Oostenrijksche Effecten de volle rente be-
rekend wordt. Hoeveel kan de koers op 1 Jan. of
1 Juli door afknipping der coupon rijzen, als deze
ƒ 20,10 genoteerd staat?
48. Bereken dit ook voor Rusland Oost.-leening
5%, als de roebel ƒ 1,12 genoteerd staat.
49. Verkocht 15 Mei aan de Rotterdamsche Kas-
vereeniging de volgende wissels:
R. M. 12000,— per 20 Juni
1400,85 „ 15 Aug.
800,15 „ 10 „
tegen den 3/m. koers van 58,40 met 4% disconto en
1 °/oo voor wissel-courtage.
Wat is het netto provenu?