Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
dat eens met hare moeder in den slag bij Jena uit het Frausche
leger kwam, waar het mij gelukte, twee vrouwen voor den
overmoed mijner kameraden te beschermen ?"
Nadat Jeannette hem herkend had, moest zij hare lijdensge-
schiedenis verhalen. — Toen zij tot zoo ver gekomen was, dat
zij in de stad, waar zij een nachtverblijf hield, beroofd was
geworden, vroeg een buurman, die met Frans den veldtocht
van 1806 had mede gemaakt, met loerende blikken, of dan
het kistje, dat hij destijds hare moeder zoo zorgvuldig had
zien wegbergen, ook gesloten was. Jeannette overlegde eeu
oogenblik wat zij antwoorden zoude. De man had iets zoo
ongunstigs in zijn voorkomen , dat zij hem in staat achtte,
haar van haren schat te berooven. Om geen gevaar te loopen,
antwoordde zij derhalve na een oogenblik aarzelens, dat haar
alles, zelfs het kistje, was ontroofd, verhaalde toen hare geschie-
denis tot het einde, en werd door allen medelijdend beklaagd.
Eenige dagen bleef zij bij de welwillende lieden, waar zich
Frans bijzonder beijverde haar het verblijf aangenaam te maken
en haar nog langer te doen blijven. Zij stond er echter op naar
de residentie te gaan, in de hoop, daar eer dan in kleinere
plaatsen , werk te vinden, en na een hartelijk afscheid begaf zij
zich op weg.
Eenige dagen waren verloopen , het weer was ruw en storm-
achtig en de regen kletste geweldig tegen de vensters. Weder
had de familie, die Jeannette onlangs verlaten had, zich in
een kring geschaard, ditmaal echter onder den grooten schoor-
steen, waaronder een groot houtvuur brandde. Men had elkan-
der allerlei verteld en juist zou men een boek te voorschijn
halen, om iets daaruit voor te lezen , toen er sterk op de deur
werd geklopt. Frans opende de deur en een Fransch officier
trad binnen. Diepe naden bedekten zijn gelaat, de rechter arm
hing nog in een verband. Een dienaar droeg hem een reis-
koffer na, beide waren doornat van den regen.
//Kan ik hier wel iets te eten en een nachtleger bekomen?"
C'.