Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
lijks inkwamen, een Franseh officier in hel lazareth gebracht.
Hij was vreeselijk gewond, zijn eene arm was machteloos en
over zijn gelaat door sabelhouwen getroffen, stroomde het bloed.
De ongelukkige werd door den geneesheer verbonden en zijn
hoofd zoo met doeken omwonden, dat hij nog slechts even
adem kon halen.
Jeannette had in de ziekenzaal niets verder te doen, dan
voor hft linnen te zorgen, maar zij trok zich medelijdend den
Franschen officier aan; want haar vader was immers ook in
Franschen dienst. — Zij verpleegde hem en zorgde voor hem
met de grootste opoffering, en toen de lijder door de koorts
werd aangetast, waakte zij des nachts aan zijn bed, bragt het
verband terecht als het verschoven was, en deed met één
woord , alles wat zij vermocht. Daardoor kwam het dan cok
dat de ongelukkige, onder de verpleging harer zachte hand
en de behandeling van een bekwaam geneesheer, zichtbaar
beter werd.
Eens op een dag zag Jeannette, toen de koorts den lijder
weer had aangetast, dat hij iets uit den zak van zijn rok te
voorschijn haalde, en het trachtte te kussen, bij welke poging
hij het op den grond liet vallen. Het was een klein etui; toen
zij het opende, vond zij daarin een lichtblonde haarlok. Zij
vermoedde niet, dat die haarlok van haar zelve was, en
stak hem, zonder er verder acht op te slaan, bij zich, om hem
later den kranke terug te geven.
Eenige dagen waren verloopen; toen liet "de inspecteur haar
bij zich roepen en zeide met oprecht leedwezen dat de geko-
zen man was aangekomen' Jéannette had echter zulk een vast
vertrouwen op God, dat zij deze bekendmaking zonder eenige
klacht opnam. Zij nam afscheid van den inspecteur, die haar
het verdiende geld uitbetaalde, pakte hare weinige goederen
bijeen, en verliet met een weemoedigen blik op den Franschen
officier, dien zij gaarne eerst hersteld had gezien, hetlazareth.
Andermaal ging zij de wereld in, en was er in zoo ver