Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
weder te sluiten. — Zij mocht ongf.v- er een uur geslapen heb-
ben, toen zij door een bijzonder gedruisch werd gewekt. Het
was een heldere nacht, de maan wierp een mat licht door
het kleine venster. Nu kwam het haar voor alsof de kamer
door een voorwerp in het venster werd verduisterd, en, hoe-
wel zij een geruime poos opmerkzaam luisterde, hoorde zij
toch verder niets dan het tikken eener klok in de aangrenzende
kamer, »"«poedig viel zij weder in diepen slaap. — Wie be-
schrijft echter haren schrik, toen zij 's morgens bij het ont-
waken, van hare kleederen, die zij op een stoel gelegd had,
slechts een enkel stuk, dat op den grond gevallen was, we-
dervond. Op haar luid schreien kwamen de huisbewoners
toesnellen en overtuigden zich spoedig, dat de diefstal aan hare
onvoorzichtigheid was toe te schrijven. Haar eenige troost was
dat zij ten minste het kistje gered had; want al wist zij ook
nog niet wat zich daarin bevond , Helena had haar toch ge-
zegd, dat het iets gewichtigs was. Toen de edelmoedige huis-
bewoners hare geroofde kleederen door eenige andere vervangen
hadden, en haar van een ontbijt voorzien hadden, verliet zij
met de hartelijkste dfinkbetuigingen deze welwillende lieden
en wandelde op nieuw van dorp tot dorp, van stad tot stad.
Nergens vond zij eene verblijfplaats. Men zeide haar einde-
lijk dat zij naar het in de nabijheid opgericht veldlazareth
moest gaan , waar men eene opzichtster voor de wasch noo-
dig had.
Jeannette haastte zich ora deze plaats te vragen , en daar er
geene anderen naar stonden, gelukte het haar ze voorloopig
te bekomen. Evenwel zeide de lazarethsinspecteur haar, dat
door den garnizoenskommandant reeds een man voor die be-
trekking bestemd was, die echter eerst later zou komen, en
dat zij dan hare plaats weer zou moeten afstaan. — Ook hier-
mede was Jearnette tevreden; want zij kon nu toch zooveel
verdienen om vooreerst zonder vreemde hulp te kunnen leven.
Eens op een Jag werd onder de vele gewonden, die dage-