Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
het zoo, en zeide dat hetgeen daarin was tot uw geluk zou
dienen." — Nadat Jeannette dit beloofd had , ging Helena voort.
„Jeannette! ik voel mijn einde naderen, blijf vroom en goed,
zooals tot hiertoe. Vertrouw op God, hij zal u niet verlaten." —
Zij stierf nog denzelfden dag.
In doffe smart verzonken zat Jeannette bij het sterfbed harer
getrouwe pleegmoeder en schreide bitter. Wat zou zij nu be-
ginnen ? Gaarne had zij zich als dienstmeid verhuurd, maar zij
v/as slechts twaalf jaren oud. Zij begreep wel dat de erfgenamen
der overledene spoedig zouden komen eu bet huisje in bezit
nemen. Zij besloot dus na de begrafenis zich met een pakje
van haar kleederen , met haar kistje en een weinig geld in den
zak op weg te begeven en elders een onderkomen te zoeken.
In het dorp G • * * was Jeannette zeer bemind geworden.
De predikant had zich haar belang aangetrokken en haar in
vele dingen onderricht gegeven. Zij was dus tamelijk goed
ontwikkeld, en de gezonde landlucht had zulk een gunstigen
invloed op haar ligchaamsbouw uitgeoefend, dat meu op het
oog haar voor een veertienjarig meisje konde houden.
De predikant had haar eene aanbeveling aan eene hem be-
kende familie, die in eene naburige stad w.)onde, medegegeven.
Daarheen wendde zij nu hare schreden. Des avonds kwam zij
vermoeid in de bedoelde stad aan, en het gelukte haar spoedig
het huis der familie, die zij zocht, uit to vinden. Maar wat
stond zij verslagen, toen zij vernam, dat die familie eenige
dagen gel;den naar een ander oord was vertrokken.
De nacht was intusschen aangebroken, Jeannette was hon-
gerig en afgemat, zij had slechts weinig gi'ld, haar toi'stand
was treurig. Toen ontfermden zich de lieden die nu iu het
huis woonden over haar, gaven haar spijs eu drank, eu nadat
zij gegeten had, wezen zij haar een nachtleger in een klein
achterkamertje aan.
Zij had zich ter rust begeven, maar onvoorzichtig een klein
venster aan de straat geopend, eu was ingeslapen zonder het