Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
moeder aanzag en vroeg: „Waarom schreit ge toch, mama?
papa zal wel spoedig komen." — Nadat het kind wat van de
soep gebruikt had, bragt de gravin haar naar het bed, dat de
goede ouden haar hadden aangewezen. Een oogenblik daarna
lag het kind in diepen slaap. De gravin drukte het een innigen
kus op de blozende wang en zeide toen diep bewogen en wee-
nend tot de oude lieden: „In uwe hoede beveel ik mijn dier-
baarst goed, mijn kind. Ik ga om bericht omtrent mijn man
in te winnen. Behoud deze beurs. Indien ik niet w^ederkom .
zorg dan voor mijn kind. Neem ook dit kistje met het kost-
bare juweeler. sieraad. De Heer beloone u voor uwe barm-
hartigheid."
Zeven jaren waren voorbijgegaan. Langen tijd had Pruissen
tengevolge van den verloren slag bij Jena moeten zuchten onder
het Fransche juk. Nu riep de koning van Pruissen zijne onder-
danen op om dat juk af te schudden, en op nieuw ontbrandde
de oorlog. Er volgde veldslag op veldslag. — Doch wenden
wij ons niet naar het krijgstooneel, maar verplaatsen wij ons
naar het dorpje G * * *, in het kleine huisje van den ouden
Maarten. — De oude man was gestorven. Zijne vrouw Helena
laar zeer verzwakt op het ziekbed; haar pleegkind Jeannette
pastte haar op. „Jeannette!" zeide de oude vrouw en nam de
hand van het kind , „herinnert ge u nog den avond , toen gij
met uwe moeder hier in huis kwaamt?" — „O ja," antwoordde
Jeani'.ette, „alsof het gisteren was." „Op dien avond ging uwe
moeder heen om uw vader op te zoeken, en wij hebben niets
meer van haar vernomen. Waarschijnlijk is zij omgekomen. —
Daar in de kast staat een kistje. Uwe moeder gaf het mij met
eene gevulde beurs. Het geld moesten wij. helaas, tot ons
onderhoud gebrniken , daar ik na den dood van mijn man niets
meer verdienen konde ; maar het kistje zoude ik om alles in
de wereld niet geopend hebben ; beloof mij, dat ook gij het niet
doen zult dan in den uiteisten nood. Uwe moeder wenschte