Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
»2
dende stem, iu zuiver Duitsch, <,dat ik uwe rust storen moet,
maar de nood drijft mij, en daar ik door eene spleet in het
venster u zoo vurig tot God zag bidden , hoopte ik bij u hulp
te vinden," — „Wat kunnen wij voor u doen, mevrouw; wat
in onze macht staat zullen wij gaarne doen."— «O, dat wist
ik wel," zeide de dame geroerd ; „vooreerst smeek ik u om
eeu beetje warme sotp ^oor mijn dochtertje, eu dan om een
weinig te mogen uitrusten." — Terwijl Helena naar den haard
ijlde om het vuur op te rakelen, beijverde Maarten zich om
hel de vreemde dame zoo gemakkelijk mogelijk te maken.
Dienstvaardig schoof hij den leunstoel bij, hielp haar den man-
tel afleggen en vroeg toen of zij nog iets verlangde — „Niets
meer," zeide zij vriendelijk, „als dat ik u verzoek, mij een
oogenblik te willen aanhooren. — Ik ben regtstreeks uit Frank-
rijk gekomen." — „Hoe , eene Fransclie !" riepen de beide ouden
uit, „dieouszoo mishandelen!"—„Ja, eene Fransche ," zeide
de dame, „maar vreest niet; men zal u niet mishandelen, inte-
gendeel , als men hoort dat gij ons opgenomen en verpleegd
hebt, zal men u danken, en mijn echtgenoot zal u ruim be-
loonen. Maar hoort, hoe het komt, dat ik mij hier bevind. —
Ik ben met graaf van D. gehuwd , en toen de oorlog uitbrak
moest mijn gemaal het bevel des keizers volgen en naar Duitsch-
land trekken , terwijl ik met mijne Jeannette in droefheid en
zorge achterbleef. Na eenigen tijd werd ik zeer beangst; ik
vreesde dat mijn echtgenoot gewond of gedood kon zijn, eu
toen mijne brieven een tijd lang onbeantwoord bleven , hield
ik het niet langer uit. Ik ])akte het noodige bijeen, nam een
kistje, waarin mijn bruidsicraad lag en verliet met mijn doel:-'
tertje en een dienaar Frankrijk trgen hel einde van September.
Het verlaugen naar eu de bekommering voor miju man deden
mij de bezwaren van zulk eene moeielijke reis overwinnen, en
wij kwamen weibehouden te Jena met het aanbreken van den
dag. Daar hoorde ik dat een veldslag op hauden was, en
haastte mij mijn mau op te zoeken. Toen ik bij het leger