Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
Op den dag na de aankomst van het schip te Londen, zat
de vrouw van den kapitein met hare kinderen aan het middag-
maal. Het smaakte echter niemand. Treurig zaten zij bij elk-
ander, want het was nu reeds zeven maanden, dat vader en
Charles vertrokken waren. Zij moesten .Java nog aandoen, dus
reeds lang had er bericht kunnen zijn van de aankomst te
Batavia; en nog niets had men van het schip vernomen. Al-
gemeen vreesde men, dat door het broeien der steenkolen het
sehip iu brand geraakt en met man en muis vergaan was.
//Moe!" zegt het oudste zusje,/,daar komt de brievenbesteller
de straat oversteken; zou hij ook een brief van pa hebben?"
De moeder snelt naar de deur, om den brief aan te nemen,
maar komt teleurgesteld terug. //Ach, 't is een brief uit Lon-
den," zegt ze. Zij opent hem; de hand kent ze niet, de naam
is van een' Londenschen reeder. Zij durft hare oogen niet ge-
looven. De lirief bevat niets dan dit: „Als gij den inlig-
genden brief gelezen hebt, zal er blijdschap in uw hart en in
uw huis zijn." — /,Vader en Charles leven en zijn in Londen
meer kon zij niet uitbrengen , maar 't was genoeg voor de
kleinen, om schreiende van blijdschap hunne moeder om den
hals te vallen.
En toen een paar uren daarna vader en zoon aankwamen,
toen was er bij allen blijdschap, dankbare blijdschap in het
hart, en vol gevoel steeg dien avond het schoone lied op:
Wie maar den goeden God laat zorgen,
Eu op Hem hoopt in 't bangst gevaar,
Is bij Hem veilig en geborgen;
Dien redt Hij godlijk, wonderbaar.
Wie op den hoogen God vertrouwt.
Heeft zeker op geen zand gebouwd.
.). P. D. VAN VEEN.
\