Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
hij eens zijne lieve moedèr en broertjes en zusjes zou weder-
zien. Maar het ergste moest nog komen.
Op zekeren nacht zeilde men met eene frissehe koelte in de
Indische zee. De kapitein was gerust naar bed gegaan, want
men was in een bekend vaarwater, en zijne kaarten wezen
geene enkele klip of zandbank aan. Op eens roept de man
in de mast: //land vooruit!" en nog voor dat men tijd heeft
gehad om te wenden, stoot het schip driemaal en zit onbe-
weeglijk vast. De kapitein, door den schok uit den slaap ge-
wekt, heeft no!T juist den tijd, om met zijn' Charles in den
arm op het dek te komen, want het water stroomt met ge-
weld naar binnen en heeft weldra de kajuit gevuld. Een groot
gedeelte van de equipage, alleen op eigen behoud bedacht, heeft
reeds de sloep nedergelaten en verwijdert zich van het schip;
de kapitein met Charles en eenige weinigen , die hem niet aan
zijn lot willen overlaten, staan radeloos bij den fokkemast.
Toen het dag werd, was er van de sloep niets meer te zien ,
en men besloot, daar de wind meer en meer begon op te
steken , met de nog overgeblevene boot zooveel scheepsbeschuit
en water als mogelijk was naar het boven de zee uitstekende
gedeelte der klip te brengen. Maar reeds bij den eersten tocht
stoot de boot tegen eene punt der klip, kantelt en alleen de
kapitein met zijn' Charles in den arm , heeft het geluk zwem-
mende op het drooge te komen , maar van alles beroofd wat
hun leven nog kon verlengen.
Hunne eenige hoop was nu nog gevestigd op het uiteenslaan
van het schip, waardoor zij misschien nog iets konden erlan-
gen. En niet lang duurde het, of zij zagen de masten vallen,
en weldra was de zee bedekt met drijfhout, vaten, scheepsbe-
schuit , watervaten en verdere levensmiddelen. Met groote
moeite gelukte het den kapitein eindelijk, een vat scheepsbe'
schuit en een tonnetje bier op het drooge te krijgen, zoodat zij
in den eersten tijd ten minste geen gevaar liepen, van gebrek
om te komen. Charles was door den slapeloos doorgebrachten