Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
zijt. Er lag dan ook steeds een brief gereed , om, als zij
eens een schip tegenkwamen, dat naar Engeland ging, voor
moeder medegegeven te worden, ten einde haar die blijde
tijding te melden.
Tot hiertoe was het altijd helder weder geweest, zoo zelfs,
dat Charles, toen de zon zoo heet op het schip scheen, dat
het pek in de naden van het dek bijna smolt, haar wel eens
achter de wolken had willen zien schuilen. Dit schuilen der
zon zou echter maar al te spoedig plaats hebben.
Zij hadden nu negen weken reis. De zon brandde des mor-
gens zoo fel, dat het in de kajuit niet uit te houden was.
De tent, die men over een gedeelte van het dek gespannen
had, werd door een enkel zuchtje in beweging gebracht. De
kapitein had aan zijn barometer gemerkt, tlat er weersveran-
dering op til was, en als ervaren zeeman last gegeven, dat
men nauwkeurig zou uitzien. Niet lang duurde het, of men
zag in de verte eene zwarte stip, die zich al verder eu verder
uitbreidde, zoodat in korten tijd eene bijna volkomene duister-
nis heerschte. Nog juist bij tijds had men de zeilen inge-
haald , want een vreeselijke storm brak los ; bliksemstralen
schoten door de zwarte lucht, de golven beukten het schip en
sloegen de verschausiug aan stukken, en eene stortzee sleepte
drie man van de equipage mede , zonder dat aan hunne redding
te denken was.
Onze Charles dacht niet anders, dan dat het schip vergaan
en zij allen zoudeu omkomen ; en dat dachten al de schepe-
lingen , ook de kapitein. Het kostte hem moeite , ziju zoontje
nog moed in te spreken , dat zich aan hem vastklemde, met
den vreeselijksten angst op het gelaat.
Den ganschen nacht bleef het onweder voortwoeden, en
eerst tegen den morgen bedaarde de storm eenigermate. Nu
was voor het oogenblik het gevaar voorbij; het schip was dicht
gebleven , en masten en roer hadden zich goed gehouden. De
moed keerde terug, en ook Charles durfde weer hopen , dat
O