Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
Veel regen, zonneschijn
Kan hun tot hinder zijn:
En waait de wind heel guur,
Niet steeds dekt hen een muur
Toont knapen, meisjes ! dat
Gij hun ontbering schat.
Leeft blij in 't ouderhuis,
Maar denkt aan 't Roode Kruis.
Naarde?i. J. L. J. Hallo.
NA LIJDEN KOMT VERBLIJDEN.
Als gij op zekeren morgen in Juni 1865 aan de haven van
New-Castle in Engeland gestaan hadt, dan zoudt gij daar een
groot, diep geladen Engelsch fregatschip hebben zien liggen,
bestemd naar dat groote deel van Oost-Indië, dat aan Entce-
land toebehoort. Op de kaart van Azië zult gij het gemakke-
lijk vinden, want het is lang geen klein stukje; er zouden
verscheidene van onze landjes van gemaakt kunnen worden ,
maar ge zoudt het er wat warmer dan bij ons hebben.
Het fregat had eene lading steenkolen ingenomen en lag nu
gereed om de groote reis aan te nemen. De wind was gun-
stig om in zee te steken , en de kapitein was niet gewoon,
zulk eene goede gelegenheid ongebruikt te laten voorbijgaan.
//Moeder!" sprak hij tot zijne vrouw, /,heden middag is het
tijd van scheiden; God geve, dat wij over anderhalf jaar el-
kander weer gezond terug zien."
Moeder had gehoopt, dat de wand nog wel wat tegen zou
gebleven zijn, en was dus over het bericht alles behalve blij.
Zag zij altijd tegen het vertrek van haar' man op, nu vooral,