Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
EENE FABEL.
Een wolf had van tijd tot tijd zoo'n grooten spijsvoorraad
naar eeu afgezonderde plaats in een woud, waar hij plagt te
slapen, heen gedragen, dat hij daarvan maanden lang naar
hartelust dacht te smullen. Toen een vos dit gewaar werd,
naderde hij het leger van dcu gulzigaard en vroeg met eene
lamentabele stem, alsof hij heel neerslachtig was: „hoe gaat
het u toch, broertje r Zijt gij onpasselijk ? 'k Heb u, mijn
trouwen makker, dagen achtereen in de bosschen, die gij pleegt
door te rennen, niet gezien en daardoor al dien tijd een een-
zaam en akelig leven gesleten." Toen antwoordde de wolf,
die best begreep, dat geen deelneming het looze vosje zóó deed
spreken, maar enkel wangunst en hebzucht: „Gij zult mij niet
foppen, rekel! Ik ken uwe streken! Niet uit bezorgdheid
over mijn toestand zijt gij hierheen gekomen, maar alleen,
om wat van deze lekkere brokken weg te rapen." De vos,
verbitterd omdat hij zijn doel niet bereikte, liep nu op een
draf naar een schaapherder, en zei: ,zoudt gij mij niet dank-
baar zijn, wanneer ik den gezworen vijand uwer kudde heden
nog geheel in uwe macht stelde, zoodat uwe lieve lammeren
voortaan altijd veilig konden voortdwalen, grazen en slapen?"
Hierop antwoordde de herder: »zeker zoudt gij mij daardoor
een hoogst gelukkigen dag bezorgen en ten duurste aan u
verplichten. Reken er op, dat ik u dan op mijne beurt zoo-
veel diensten wil bewijzen, als gij slechts zult begeercn, ja
u alles verschaffen wil, wat u aangenaam zijn kan." Toen
wees de vos hem stilletjes de plaats, waar de wolf zich op-
nield, die nu onverwijld door een schot doodelijk werd ge-
troffen; terwijl de herder zijn wegwijzer tot belooning op het
vleesch van den verslagenen onthaalde. Maar ziet, toen de
vos zich daaraan tot verzadiging toe vergast had en zijn tocht