Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
„Maar, daar valt mij juist iets in," hernam papa. „Weten
de kinderen nog wel, toen wij dezen zomer de volksfeesten
bezochten, hoe sommige kunstenaars hen verbaasd deden staan?"
„Of ik het weet!" zei Jan. „Niet ligt zal mij die koord-
danser uit het geheugen gaan, die zulke vervaarlijke spron-
gen deed!"
„Hij verstond zijne kunst uitnemend goed, dat is waar!"
vervolgde papa. „Doch ik kan u wel verzekeren , dat hij de
aandacht niet bijzonder zou getrokken hebben, als het touw
waarop hij zich bewoog, niet in groote mate de eigenschap
had bezeten, die ik u van avond leerde kennen."
„Nu , daarvan had ik stellig nooit gedroomd , papa!" zei
Marie. „Hoe is het mogelijk, dat de veerkracht met die lucht-
sprongen iets uit te staan heeft!"
„Hoe vreemd u dat ook klinke, mijn kind! het is toch zoo.
Weet dan, dat een sterk gespannen touw of koord zich bij-
zonder veerkrachtig toont, zoodat het na een ontvangen indruk
zich dadelijk er weer van herstelt. En, zie! dit is het wat
de kunstenaar juist van pas komt. Van trippelen en dansen,
waar zijn spel mede aanvangt, ziet men hem telkens al stouter
en stouter sprongen doen, iets dat hem in den beginne volstrekt
onmogelijk zou wezen. En vrij natuurlijk; want naar mate
hij zirh hooger opheft, komt hij ook gestadig met te grooter
kracht op het touw neder, dat niet nalaat op zijne beurt den
kunstenaar steeds sterker van zich te stooten."
«Papa!" zei Marie, „nu begrijp ik duidelijk, hoe die lucht-
sprongen in naauw verband staan met de veerkracht van het
touw. Vriendelijk bedankt voor uwe tevegtwijzing !"
wAls die kunstenaar dus op den grond had gestaan, zou hij
waarschijnlijk zoo veel bekijks niet gehad hebben!" hernam
Karei.
«Volstrekt niet," zei papa. „VVant in plaats van telkens
hooger tc rijzen , zou hij door inspanning en vermoeidheid al
digter en digter bij den grond zijn gebleven."