Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
i/Ja, ja! dat is bij kinderen wel meer het geval," sprak papa.
//Leert er intusschen maar uit, dat zien, zonder, nadenken, al
zeer weinig beteekent. — Doch ik ben Marie nog hel laatste
woord tot verklaring schuldig. Weet dan, mijn kind! dat Kareis
verhaal mij al dadelijk op het denkbeeld bragt, waar het aau
haperen n)oest. Bij het zien van de knip behoefde ik niet
langer te twijfelen , daar ik terstond ontdekte dat de ijzerdradeu
te weinig omgebogen waren, eu dus geene veerkracht genoeg
bezaten om den slag toe te trekken. Ik deed dus niets anders
dan ze met dc nijptang wat sterker om te krullen, en oogtu-
blikkelijk was het kwaad hersteld. — Nu, meisje! zijt gij, zoo
wel als de jongens in 't bezit van het geheim, en mögt het
later nog eens noodig zijn, dan kunt gij liet thans zelve aan-
wenden."
//Papa!" zei Marie, ,/ik bedank u wel voor uwe verklaring;
alles is mij thans zoo helder, dat ik niets meer te vragen heb."
//Het is mij regt aangenaam u zoo te hooren spreken, mijn
kind 1" antwoordde papa. //Doch heeft de knip u geleerd, hoe
de veerkracht ons dienst kan bewijzen , nog vele andere dingen
zouden u daarvan kunneu spreken."
u't Is goed, dat ik ze niet behoef op te noemen , papa!"
sprak Karei. //Ik zou er waarlijk niet één weten!"
//Och kom! Is u dat zoo moeijelijk," hernam papa. //Wel-
aan , dan wijs ik u maar terstond op onze pendule en op alle
zakuurwerken of horloges."
//Aan die dingen, papa! zou ik zeker nooit gedacht hebben!"
riep Jan. //Want hoe die uurwerken eigenlijk aan den gang
blijven , daarvan weet ik geen stip !"
//Gij herinnert u toch wel, dat er wekelijks aan de pendule
iets wordt gedaan , niet waar ?"
//O ja, papa! Maar tot mijne schande moet ik er bijvoegen,
dat het mij nooit is ingevallen te vragen, waarom er toch aan
de pendule zoo moet gedraaid worden."
Marie en Karei spraken wel geen woora, doch in hunne