Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
t
zou ik mij al zeer moeten vergissen, indien ik uw knip na
weinige minuten niet voiraaakt iu orde liad. Klinkt u dat
vreemd? Welaan, Jan! spoedig maar eens den tuinbaas op-
gezocht, en hem gevraagd of hij u de kuip wil geven!"
Dat Jan zich dit geen tweemaal liet zeggen, begrijpt men
ligt; en dal Karei hem pijlsnel volgde, behoeft naauw ver-
meld tc worden, daar iedere jongen hem in zijne verbeelding
de kamer reeds heeft doen verlaten.
//De jongens zijn dan ook regt ongelukkig geweest!" zei
mama, toen zij ze daar zoo lustig de zijlaan zag indraven.
//Ik kan mij zoo levendig voorstellen , hoe zuinig ze daar zul-
len gestaan hebben, toen de mees weer ontkomen was!"
//Nu, zij waren dan ook ontstemd genoeg!" antwoordde
papa. //Ik hoop ze echter spoedig in eene betere luim te
brengen, eu dan is de wond weer genezen. Gelukkig toch
hebben kinderen geen bijzonder sterk geheugen voor ondervon-
den leed, daarom ligt er bij hen tusschen weenen en lagchen
zelden een groot tijdverloop."
Niet bijzonder lang behoefde het gezelschap op de terugkomst
der beide knapen te wachten. Maar even had papa den tijd
nog een kop thee te gebruikeu en zijn sigaar op te steken , of
ziel daar kwamen zij reeds binnen en plaatsten de knip op
tafel, zoodat zij door ieder goed kon worden opgenomen.
//Papa zal zich thans wel niet verwonderen , dat de mees ont-
komen is," begon Karei, //als ik zeg, dat de slag nog niet
zoo wijd open staat als een half uur geleden!"
//En wat nog het leelijkste isriep Jan, nadat hij het
klepje had neergedrukt, „zie eens, papal nu springt het ding
weer van zelf open als ora ons te plagen!"
/;Ik heb alles zeer goed gezien. Jan!" hernam papa, terwijl
hij opstond om uil eene kast iets tt; krijgen. //Heb slechts
eeu weiüig geduld, want alles komt bcst te regt!"
En zoo gebeurde het ook waarlijk. Nadat papa toen aan
weerszijden van de knip, met eene kleine nijptang een paar