Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
//Heel best, papa!" antwoordde Karei. En na zich gezet
te hebben, begon hij: „JJ moet dan we;en, papa! dat toen
Jan en ik strakjes nog eens naar de knip gingen zien, wij
daar in dien omtrek juist eenige meezen hoorden fluiten. Zon-
der ons te ven-oeren stonden wij achter een boom. Niet lang
duurde het echter, of daar vliegt er een naar de knip en bin-
nen tien tellen zat zij er ook werkelijk in."
//Wat spijt het mij, dat ik de wandeling niet meê heb ge-
daan!" zei Marie. «Daar had ik dol graag eens bij geweest!"
//Zeg dat niet, Marie!" vervolgde Karei; //het zou je ver-
driet genoeg gedaan hebben. Hoor maar verder; want wat
er nu komt is lang niet prettig!"
//Zoodra dan de mees in de knip was, zagen wij wel dat
de slag niet geheel toeviel; doch daar wij dachten dat dit elk
oogenblik tc wachten was, maakten wij er ons niet bijzonder
ongerust over. Maar zie, de slag bleef onbewegelijk staan,
waardoor het aan de mees, die onstuimig in de knip rond
vloog, gemakkelijk viel weder te ontsnappen. En zoo gebeurde
het ook ; want na een paar minuten , vloog zij tot onze spijt
weer door de lucht. Vindt papa dat nu ook niet jammer?"
//Zeer jammer zelfs, mijn jongen!" was het antwoord. //Op
die mees valt niet meer te rekenen. Want nu zij eens met
de knip kennis heeft gemaakt, zal zij er zich wel voor de
tweede maal niet meer door laten verschalken."
//Nu ik alles weet," zei Marie, //spijt het mij niet t'huis
te zijn gebleven. Ja, thaus is het mij duidelijk, waarom je
de knip zoo gaarne een tuimel hadt willen zien doen."
//Ja, ja! ik dacht het wel, dat je mij gelijk zoudt geven, Ma-
rie!" riep Jan. »Waarlijk, dan veel liever geen knip als zulk
een ding dat geen cent waard is!"
//Niet te driftig, mannetje!" hernam pa. //Wie zich driftig
maakt, ziet en hoort maar half goed; daarom oordeelen en
spreken driftige menschen zoo dikwijls verkeerd. Nu ik door
het verhaal van Karei met de geheele toedragt bekend ben.