Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
sloof' dit ^enocp^en nu niet ontzesr^en, nam er dus den lijd
af en ginp^ er op mijn ^emak bij zitten , era naar het won(>r-
verhaal van Mie te luisteren.
üocïi alvorens u dit verhaal teru^ te sjeven, wil ik n eerst
nader bekend mak^n met ons moedertje.
Onze Mie is een vrouw van 76 jaren, die aan beide zijden
mank loopt en dus lanp^ niet vlu^ ter been is, maar des te
rapper met de tonj?. Haar man heet Toon van de Vijver,
is no^ een jaar ouder en kan no^ minder uit de voeten ko-
men dan zij; want de arme sukkel is aan eene zijde geheel
lam en strompelt slechts, met behulp, van het bed op den stoel
en van den stoel op het bed. Die beide oudjes bezitten m'ets
dan een klein huisje met een stukje land er bij, zoo ^root of
liever zoo klein , dat men er in zes sprongen over heen kan
wippen, en toch hebben ze no^ nooit de hand uitgestrekt om
een aalmoes te ontvangen, ze winnen hun eigen kost, hoe ge-
brekkig ze beiden ook zijn. Als Toon maar eenigszins kan ,
lapt hij klompen, snijdt pinnen voor de schoenmakers of breidt
vischnetjes; al verdient hij daarmee ook maar enkele centen
op den dag, het helpt al weer inde kleine huishouding. Mie
zorgt voor het vee. Onder een afdakje achter de kleine wo-
ning heeft zij een paar geiten, een hok met konijnen en,
den meesten tijd van 't jaar , een varken. Geen cent wordt
voor het voeder dezer dieren uitgegeven. Langs den dijk cn
tusschen het hout op de rijswaarden , waar Mie vrijen toegaiig
heeft, staat altijd gras in overvloed. Daar komt ze aan, wag-
gelend en voorover gebogen onder den last van een bosje gras,
lies of onkruid; het zou een lichte vracht zijn voor elk ander,
zoo'n nietig bundeltje, maar voor haar is die vracht zwaar.
Met moeite stijgt ze langs het steile voetpad van den hoogcn
dijk opwaarts om aan den binnenkant, waar haar huisje staat,
weer neer te dalen.
Vroolijk huppelend en dartelend springt het volkje in den
stal haar te gemoet en rekt den hals om zich aan het maische