Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
die het schot hadden gehoord kwamen er op af en hadden het
geluk den man te krijgen, die een smokkelaar bleek te zijn.
Luitenant van Wervelen werd ook gevonden, doch de man was
bijna dood. Hij had nog even tijd om te zeggen wat er ge-
beurd was, toen hij met de woorden: ./groet mijne vrouw en
kinderen," stierf.
De moordenaar werd opgehangen, maar hiermede gaf men
het leven niet aan den hiitenant terug, die thuis toch zoo hoog
noodig was.
Ge kunt begrijpen hoe bedroefd mevrouw van Wervelen was
toen ze vernam op welk eene noodlottige wijze haar man het
leven verloren had.
Dat de kinderen erg bedroefd waren kan ik niet zeggen ,
want ze waren nog te jong om te begrijpen wat ze .-mn hun-
nen vader verloren hadden. Ja, ze waren er wat grootsch op
toen ze eenige dagen daarna in hunne zwarte kleertjes langs
de straat liepen! Onnoozele kinderen!
Alleen Jeannette, een meisjen van veertien jaar en het oud-
ste kind, was niet minder bedroefd dan hare mama.
Maar hoe jong ze ook was, toch begreep ze, dat ze met be-
droefd zijn en de l-anden werkeloos te laten hangen , niet door
de wereld zou komen.
Had ze vroeger op school haar tijd goed besteed, nu be-
steedde zij dien dubbel zoo goed. Geen oogenblik liet ze ver-
loren gaan , ze leerde wat ze leeren kon. Iedereen sprak met
lof over liaar.
En wat was nu haar voornemen ?
Ze was van plan voor onderwijzeres te leeren, om zoo doende
eens hare mama en hare broertjes en hare zusjes te kunnen
onderhouden. Wel waren ze niet doodarm , maar de weduwe
had toch te weinig om met behulp van een kleine rijks-toelage
hare kinderen eene behoorlijke opvoeding te geven.
En dat wilde ze toch zoo graag!
Was het nu maar in dezen tijd gebeurd, dan was het nog