Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
Een akelig gezicht voor die ouders, zoo op eens van al hunne
kinderen beroofd te worden, die zij nooit zouden wederzien
en die waarschijnlijk van gebrek of door eene verkeerde, mis-
schien wreede behandeling zouden moeten sterven. Wat was
die moeder diep bedroefd! Zij riep gedurig klagende en snik-
kende uit: utm zijn wij onze kindertjes kwijtf' Zij zat maar
onbewegelijk op het takje, en at niet en dronk niet. Na eenige
dagen viel zij neer op de 'plek, waar het nestje geweest was.
Zij rekte stuipachtig de pootjes uit, draaide het kopje nog eens
even om en werd stijf en koud: zij was van verdriet gestorven.
En de mannetjes nachtegaal ?
Op een kalen doornstruik in het midden der duinen, niet
ver van het zeestrand , zit aanhoudend een kleine vogel, graanw
van kleur. Hij zingt niet, maar laat een akelig kermend ge-
luid hooren, dat veel heeft van een lijkklacht.
Dat is diezelfde nachtegaal, die goeden raad in den wind
sloeg, ontevreden was met eene eenvoudige stille levenswijze,
op eigene wijsheid vertrouwde, hoogmoedig op anderen ne-
derzag en met de gaven die hij bezat zocht te bluffen en te
schitteren, maar.... zich daardoor diep ongelukkig maakte en
zich zeiven zijn onheil te verwijten had.
Het zijn nachtegaals gebreken. Zouden het ook de noodlot-
tige gebreken van sommige kleine menschen zijn, waardoor
zij later zoo ongelukkig worden en zich het verwijt moeten
doen : w't Komt door eigen schuld !" ?
N. A. van Chaeante.